De ondernemingsrechtbank van Gent (afdeling Gent) heeft vandaag een tussenvonnis geveld in de discussie tussen de aandeelhouders van de BV SPARKI. De rechtbank oordeelde dat de minderheidsaandeelhouders GV, ALFIO FUTURE en MME HOLDING actueel de hoedanigheid van aandeelhouder hebben en zij dus de uittreding kunnen vorderen. De procedure werd voorlopig opgeschort in afwachting van het verloop en het resultaat van een andere procedure tussen GV, ALFIO FUTURE en MME HOLDING en Regor tegen GRIDLINK/SPARKI. Deze laatste procedure zal worden behandeld op de zitting van de ondernemingsrechtbank Gent (afdeling Gent, 7e kamer) van 20 oktober 2026.
Feiten
BV SPARKI werd op 2 februari 2022 opgericht met als doel de uitbouw van een netwerk van ultrasnelle laders voor elektrische voertuigen in België. De oprichter-aandeelhouders werden benoemd als niet statutaire bestuurder. Het ging om de natuurlijke personen LDM, FV en GV. GV was tevens eigenaar van de onderneming ALFIO FUTURE.
MME HOLDING was een passieve aandeelhouder.
Op 30 maart 2022 stapte de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) in in BV SPARKI.
De FPIM is een institutionele investeerder die exclusief met overheidsmiddelen werkt, en via ‘slimme kapitaaloplossingen’ (investeringen) Belgische bedrijven helpt uitgroeien. Door de inbreng van FPIM verhoogde het kapitaal van BV SPARKI en werden bijkomende aandelen gecreëerd, waarbij FPIM na inbreng 195 aandelen van de 395 aandelen verkreeg.
FPIM heeft na haar intrede in BV SPARKI, tussen 30 maart 2022 en september 2023, bijkomend verschillende onverteerbare leningen verschaft voor een totaalbedrag van 18.000.000 EUR.
De activiteiten van BV SPARKI vergden zware investeringen en noopten tot een bijkomende financiële injectie.
Die werd gevonden door de intrede van GRIDLINK/SPARKI (voor 6 februari 2026 gekend onder de benaming GRIDLINK), een holdingvennootschap die actief is als energiemakelaar en zakelijke initiatieven in duurzame energie financieel ondersteunt. Deze vennootschap staat ten dienste van particulieren, bedrijven en overheden. GRIDLINK/SPARKI nam op 7 februari 2024 de aandelen en de leningsovereenkomsten van FPIM over.
Daarnaast vonden diverse aandelentransacties plaats waarbij de initiële oprichters LDM en FV hun participatie verkochten aan GV en ALFIO FUTURE.
Dit leidde vanaf februari 2024 tot volgende aandelenverhouding in de BV SPARKI: GRIDLINK/SPARKI 79,5%, (meerderheidsaandeelhouder) - GV 9,11% - ALFIO FUTURE 8,86% - MME HOLDING 2,53% (minderheidsaandeelhouders).
Op 21 maart 2024 werden nog bijkomende leningen verstrekt aan de BV SPARKI door de verzekeraar Ethias en WE Environnement, een Waalse overheidsholding die duurzame initiatieven en projecten financieel aanmoedigt en ondersteunt, die tevens een bestuursmandaat kregen.
Het bestuur over de vennootschap BV SPARKI werd geconcentreerd op GRIDLINK/SPARKI (vier bestuurders), Ethias (één bestuurder), WE Environnement (één bestuurder) en één onafhankelijk bestuurder. GV was via zijn managementvennootschap Regor wel nog dagelijks bestuurder van BV SPARKI.
Discussie
De minderheidsaandeelhouders menen dat het vernieuwde bestuur van BV SPARKI niet in het belang van de vennootschap handelde en werpen op dat GRIDLINK/SPARKI van haar meerderheidspositie stelselmatig misbruik maakte om de vennootschap te verzwakken en zelfs activa over te hevelen naar GRIDLINK/SPARKI, met miskenning van de regeling inzake belangenconflicten.
Tussen de partijen ontstond ook discussie over de waardering van de inschrijvingsrechten die waren verbonden aan de lopende converteerbare leningen. GRIDLINK/SPARKI nam een deskundige (RebelGroup) onder de arm die in een rapport van 4 juli 2025 de waardering van de vennootschap BV SPARKI liet dalen (een negatieve waardering pre-conversie van minimum 30.500.000 euro tot minimum 23.300.000 euro). De minderheidsaandeelhouders betwistten de betrouwbaarheid van deze waardering en bekritiseren de gevolgde waarderingsmethode.
Procedure en vorderingen
Op 7 juli 2025 hebben de drie minderheidsaandeelhouders (GV, ALFIO FUTURE en MME HOLDING) een procedure tot uittreding ingeleid voor de ondernemingsrechtbank Gent (afdeling Gent). Zij voelden zich naar eigen zeggen niet meer thuis in de BV SPARKI, en wezen hiervoor naar diverse ontwikkelingen.
De drie minderheidsaandeelhouders vorderden concreet om de meerderheidsaandeelhouder GRIDLINK/SPARKI te veroordelen tot overname van hun aandelen in BV SPARKI, tegen betaling van een overnameprijs van in totaal 10.045.000 EUR voor alle over te nemen aandelen. In ondergeschikte orde vorderden zij dat de prijs zou worden bepaald door een deskundige, aan te stellen door de rechtbank.
De vennootschap BV SPARKI heeft tijdens de procedure de managementovereenkomst met Regor, de managementvennootschap van GV, op 13 november 2025 eenzijdig beëindigd omwille van onder meer het achterhouden van cruciale informatie en ernstige contractuele tekortkomingen.
GRIDLINK/SPARKI heeft vervolgens op 28 november 2025 de ‘bad leaver call optie’ gelicht die haar het recht gaf de aandelen van GV en ALFIO FUTURE voor 1 euro over te nemen, met verwijzing naar de ingeroepen wanprestaties.
Deze ingeroepen wanprestaties zouden zijn bevestigd in een onderzoeksrapport van 23 januari 2026 van i-Force (uitgevoerd in opdracht van BV SPARKI).
GRIDLINK/SPARKI wierp in de procedure dan op dat GV en ALFIO FUTURE geen aandeelhouders meer waren door de uitoefening van de ‘bad leaver call optie’.
De minderheidsaandeelhouders eisten op hun beurt dat het rapport van i-Force uit de procedure zou worden geweerd, of dat er minstens geen bewijswaarde aan zou worden toegekend.
GRIDLINK/SPARKI stelde in ondergeschikte orde ook een tegenvordering in om de minderheidsaandeelhouders te veroordelen tot overdracht van hun aandelen tegen de betaling van 0,00192 euro per aandeel.
Daarbij werd verwezen naar een tweede rapport van 21 oktober 2025 van de deskundige van GRIDLINK/SPARKI (RebelGroup), waarbij de vennootschap BV SPARKI werd gewaardeerd op een pre-conversie waarde van minimum 1.200.000 euro.
Ook dit rapport zou volgens de minderheidsaandeelhouders tot stand zijn gekomen met miskenning van de voorwaarden gesteld voor een afdwingbare derden-beslissing, zoals gebrek aan tegenspraak, eenzijdige informatie,... Als resultaat van deze operatie zou GRIDLINK/SPARKI ongeveer 13.917.560.153 aandelen verwerven en verwaterde de participatie van de minderheidsaandeelhouders in dezelfde verhouding tot een verwaarloosbare orde.
Op 2 december 2025 hebben de minderheidsaandeelhouders een nieuwe procedure gestart bij de ondernemingsrechtbank Gent (afdeling Gent), waarbij zij onder meer de nietigverklaring vorderen van deze conversie. Dit betreft een afzonderlijke procedure. Deze zaak zal worden behandeld op de zitting van 20 oktober 2026 voor de 7de kamer van de ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Gent.
Beoordeling
De ondernemingsrechtbank Gent beveelt dat de BV SPARKI en/of haar opdrachthouder i-Force het onderzoeksdossier moet(en) neerleggen dat aan de basis ligt van het rapport i-Force van 23 januari 2026, alvorens de eventuele bewijswaarde van het verslag van i-Force te kunnen inschatten.
De ondernemingsrechtbank Gent oordeelt daarnaast dat GV, ALFIO FUTURE en MME HOLDING de hoedanigheid van aandeelhouder hebben behouden. Zij kunnen bijgevolg als aandeelhouder een vordering tot uittreding instellen en deze vordering is niet zonder voorwerp geworden, in tegenstelling tot wat GRIDLINK/SPARKI opwierp. De rechtbank meent ook dat er geen schending is van het subsidiariteitsprincipe. De vorderingen zijn ontvankelijk.
Tot slot heeft de ondernemingsrechtbank beslist dat, alvorens kan worden geoordeeld over de grond van de hoofdvordering tot uittreding van de minderheidsaandeelhouders, en de in ondergeschikte orde gestelde tegenvordering tot uitsluiting van GRIDLINK/SPARKI, het resultaat moet worden afgewacht van de procedure die door de minderheidsaandeelhouders werd ingesteld met de dagvaarding van 2 december 2025 tot nietigverklaring. De rechtbank stelt dat het resultaat van deze procedure, en de bevindingen die hierin worden gedaan, duidelijk een weerslag hebben op zowel de omvang van de aandelen waarop de uittreding/uitsluiting slaat, als op de waardering ervan, op de aangevoerde ernstige redenen, en hieraan gekoppeld, op de mogelijke peildatum. Mocht de vordering tot nietigheid slagen, dan wijzigt dit de aandelenverhouding grondig.
Bijgevolg wordt deze procedure geschorst in afwachting van het verloop en het resultaat van de procedure (gekend onder het rolnummer A/25/02844), die momenteel loopt voor de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent (7e kamer) tussen de minderheidsaandeelhouders en Regor tegen GRIDLINK/SPARKI (NV SPARKI).