De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft twee beklaagden schuldig bevonden aan de niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud. Een van hen werd ook veroordeeld wegens verkrachting. De beklaagden werden onder meer veroordeeld tot werkstraffen (de eerste 285 uur en de tweede 100 uur) als (zwaar) voelbare tijdsintensieve sanctie. In dit persbericht worden enkele beslissingen beperkt toegelicht.
Feiten
Op camerabeelden van 3 november 2024 is te zien hoe een vrouw uit een drankgelegenheid komt. Ze wandelt op wankele manier. Ze vertrekt samen met twee mannen die ze tegenkomt op straat. Op een gegeven ogenblik is te zien hoe een van de mannen de vrouw opheft en over zijn rechterschouder draagt waarna hij verder wandelt. De eerste beklaagde had seks met de vrouw op de achterbank van de auto die werd bestuurd door tweede beklaagde, en later nogmaals bij eerste beklaagde thuis. De seksuele handelingen tussen de eerste beklaagde en het meisje op de achterbank van de auto werden gefilmd door de tweede beklaagde. Die verstuurde dit filmpje naar eerste beklaagde na het te hebben bewerkt met een liedje en een filter. Een vriendin gaf de vrouw diezelfde nacht op als vermist. Via “Find My Iphone” vond de politie de vrouw bij eerste beklaagde thuis. De vrouw verkeerde in dronken toestand.
Tenlasteleggingen
Het openbaar ministerie vorderde:
-
De twee beklaagden te veroordelen voor voyeurisme én de niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud;
-
de eerste beklaagde te veroordelen voor verkrachting.
Beoordeling
De eerste beklaagde is schuldig aan verkrachting. Het staat vast dat er seksuele handelingen met penetratie plaatsvonden die mogelijk werden gemaakt door de kwetsbare toestand van de vrouw ten gevolge van alcohol. De beklaagde was op de hoogte van deze toestand, die voldoende blijkt uit alle feiten.
Er is geen sprake van voyeurisme. De vrouw was op de hoogte van de aanwezigheid van tweede beklaagde, de chauffeur van het voertuig. Een achterbank met ramen in een voertuig rijdend op de openbare weg kan in de gegeven omstandigheden bezwaarlijk beschouwd worden als een omgeving die beschut is voor ongewenste blikken.
De seksuele handelingen werden door tweede beklaagde gefilmd, terwijl eerste beklaagde hiervan op de hoogte was. De beelden werden verspreid. De beklaagden zijn dan ook schuldig aan niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud.
Straftoemeting
De rechtbank heeft de eerste beklaagde veroordeeld tot een werkstraf van 285 uur (*) en een geldboete van 1 200 euro en de tweede beklaagde tot een werkstraf van 100 uur, onder meer om volgende redenen:
-
De bijzonder ernstige en laakbare feiten getuigen van een ernstig gebrek aan respect voor de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer en voor de grenzen die het strafrecht stelt ter bescherming van kwetsbare personen.
-
Er wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de beklaagden, waaronder het feit dat zij niet eerder werden veroordeeld wegens gelijkaardige feiten, hun jonge leeftijd en de daarmee gepaard gaande beperkte maturiteit.
-
De uitgesproken werkstraffen moeten de beklaagden het wederrechtelijk karakter van de gepleegde feiten doen inzien en hem ertoe aanzetten om zich in de toekomst definitief te onthouden van het plegen van analoge feiten of andere misdrijven; tevens zal dergelijke straf de resocialisatie en re-integratie van de beklaagden ten goede komen, gezien zij bij het verrichten van diensten voor de gemeenschap deel blijven uitmaken van de samenleving en een zinvolle tijdsbesteding leren kennen.
-
De werkstraffen vormen een noodzakelijk substantiële en (wat de eerste beklaagde betreft: zwaar) voelbare sanctie die een aanzienlijke tijdsinvestering en inspanningsverbintenis vergt en die onder toezicht van het justitiehuis wordt uitgevoerd. Ingeval de werkstraf niet wordt uitgevoerd voorziet de rechtbank in een gevangenisstraf van drie jaar voor de eerste beklaagde. Deze vervangende gevangenisstraf onderstreept de ernst van de opgelegde hoofdstraf en waarborgt dat de werkstraf niet vrijblijvend is. Als de tweede beklaagde de gevangenisstraf niet uitvoert, wordt een gevangenisstraf voorzien van een jaar.
-
Aan de eerste beklaagde wordt ook een geldboete van 1 200 euro opgelegd. Het is een facultatieve bijkomende straf. Deze bijkomende straf draagt bij tot het herstel van het maatschappelijk evenwicht en tot de preventie van recidive en dus de bescherming van de maatschappij. De rechtbank is van oordeel dat deze combinatie van sancties proportioneel is in het licht van de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de eerste beklaagde.
De beklaagden worden ook ontzet van de uitoefening van verschillende rechten voor een termijn van vijf jaar.
Aan de vrouw moet een schadevergoeding worden betaald, waaronder een morele schadevergoeding van 5 600,00 euro voor beide feiten.
(*) Het wettelijk voorziene maximum voor werkstraffen voor wanbedrijven is 300 uur.
Geanonimiseerde vonnis
In onderstaand PDF-document vindt u het geanonimiseerde vonnis.