05/02/2026

Het hof van beroep Gent heeft 21 wrakingsverzoeken in de zaak ‘Samba – Kriva Rochem’ gegrond verklaard. Deze wrakingsverzoeken werden neergelegd naar aanleiding van de zitting van 5 januari 2026 van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge. Dit arrest betekent concreet dat aan de gewraakte rechters het bevel wordt gegeven zich te onthouden van de zaak.

Zitting 5 januari 2026  - sluiting debatten

Op de zitting van 5 januari 2026 van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, besliste de twaalfde kamer van deze rechtbank om het woord niet te verlenen aan de partijen, de advocaten en het openbaar ministerie. De rechtbank heeft onmiddellijk na de opening van de zitting de debatten gesloten en de zaak voor uitspraak gesteld op de zitting van 30 maart 2026.

Als gevolg van deze beslissing werden 21 wrakingsverzoeken neergelegd tegen de zetelende rechters. Deze wrakingsverzoeken werden behandeld tijdens de zitting van de eerste kamer van het hof van beroep Gent op 29 januari 2026.

Wrakingsverzoeken gegrond verklaard

Het hof heeft deze wrakingsverzoeken gegrond verklaard. Dit betekent concreet dat aan de gewraakte rechters het bevel wordt gegeven zich te onthouden van de zaak.

Motivering hof van beroep

De belangrijkste overwegingen van het hof kunnen worden samengevat als volgt:

  • De rechtbank heeft de zaak in beraad genomen zonder de vordering van het openbaar ministerie, de pleidooien van de raadslieden van de beklaagden en de beklaagden zelf te horen. De verzoekers stellen dat de rechtbank door op die wijze te handelen, blijk heeft gegeven niet meer onafhankelijk en onpartijdig te kunnen oordelen. Een aantal onder hen leidt daar ook een hoge graad van vijandschap uit af. Ze verwijzen naar inbreuken op art. 6 EVRM en art. 190 Sv.

  • Het hof heeft vastgesteld dat de rechters een afweging hebben gemaakt tussen twee fundamentele rechten: het recht op een behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn en het recht van verdediging. Of die afweging, waarbij de voorkeur werd gegeven om de zaak binnen een redelijke termijn te behandelen, wettig is, is een vraag die niet het voorwerp van een wrakingsprocedure kan uitmaken. Het hof zetelt niet als een beroepsinstantie en kan geen uitspraak doen over de wettigheid van de genomen beslissing.

  • Het hof heeft in het arrest een overzicht gegeven van het zeer moeizame verloop van de procedure dat in belangrijke mate te wijten is aan de acties van enkele raadslieden van enkele beklaagden, maar waarvan alle beklaagden de gevolgen dragen. De rechtbank heeft alle mogelijke schikkingen getroffen om aan de verzuchtingen van de raadslieden/beklaagden tegemoet te komen. Enkele dagen, zelfs uren voor zitting van 5 januari 2026, waarop de zaak finaal zou worden behandeld, hadden enkele raadslieden gemeld dat op die zitting de zaak volgens hen (om diverse redenen) niet kon worden behandeld. Geconfronteerd met die feiten heeft de rechtbank, teneinde de zaak alsnog binnen een redelijke termijn te kunnen behandelen, beslist om het debat te sluiten zonder de procespartijen te horen en zonder hen toe te laten bijkomende stukken neer te leggen. Er werd over deze wijze van handelen en de redenen ertoe een persnota opgesteld en voorgelezen.

  • Het hof heeft geoordeeld dat, niettegenstaande de strategie van (de verdediging van) bepaalde beklaagden om het pleidooi over de strafvordering zo lang mogelijk uit te stellen of onmogelijk te maken, de rechtbank niet alleen ten aanzien de beklaagden die een verzoekschrift tot wraking hebben neergelegd, maar ten aanzien van alle beklaagden en de publiek opinie de indruk heeft gewekt niet langer op onpartijdige wijze over de zaak te kunnen oordelen. Door de zaak zonder meer in beraad te nemen werd ten aanzien van geen enkele beklaagde een concrete straf gevorderd. Zij hebben de mogelijkheid niet gehad om ter zitting standpunt in te nemen over de ten laste gelegde feiten en de strafmaat. Evenmin konden zij een alternatieve straf of voorwaarden voorstellen en eventuele stukken ter ondersteuning van hun vraag neerleggen. Bij derden en de publieke opinie wordt hierdoor de objectief gerechtvaardigde indruk van partijdigheid gewekt. Ook de beklaagden die niets met de voorafgaande procedurele incidenten te maken hebben worden door de rechtbank, door geen publiek debat toe te laten, ‘gestraft’.

U kan een gepseudonimiseerde versie van één van deze arresten nalezen via de website van het hof van beroep Gent