12/10/2026

Bijna één op drie personeelsleden ontbreekt bij de Brusselse vredegerechten


De Brusselse vredegerechten bereiken een kritieke grens: de griffies kampen met een structureel personeelstekort dat inmiddels bijna 30 procent bedraagt. Om de continuïteit van de dienstverlening te vrijwaren, zullen de griffies daarom voortaan twee dagen per week gesloten zijn. De sluitingsdagen werden vastgelegd bij bevelschrift van de voorzitters en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  De maatregel is een tijdelijke noodoplossing. Door de beschikbare medewerkers op minder openingsdagen te concentreren, willen de vredegerechten de dienstverlening op de overige dagen maximaal verzekeren. Tegelijk onderstreept de maatregel dat de huidige personeelscapaciteit haar limieten heeft bereikt en dat structurele oplossingen dringend nodig zijn, zoals een aanpassing van de taalvereisten. 


169 plaatsen, maar slechts 120 medewerkers inzetbaar

Het personeelskader van de Brusselse vredegerechten omvat 169 plaatsen. Hoewel 145 functies zijn ingevuld, zijn door detacheringen, deeltijds werk en ziekte in de praktijk slechts ongeveer 120 medewerkers effectief inzetbaar.

Daarbovenop verlieten de voorbije jaren tal van medewerkers de organisatie door pensionering, mutatie of een overstap naar een andere functie of werkgever. Die uitstroom wordt nauwelijks gecompenseerd door nieuwe aanwervingen. Het probleem is dus niet alleen dat vacatures moeilijk ingevuld raken, maar ook dat voortdurend mensen verdwijnen zonder voldoende vervanging.

Nochtans vroegen de voorzitters herhaaldelijk om versterking van de griffies, onder meer via assistenten, contractuele medewerkers en anderen die op korte termijn inzetbaar zijn.


De griffie is cruciaal voor de nabijheidsjustitie

Een vrederechter kan zijn opdracht slechts uitvoeren met een goed functionerende griffie. Die staat in voor de administratieve en procedurele ondersteuning, het dossierbeheer en het contact met de rechtzoekende. De gevolgen van het personeelstekort zijn dan ook rechtstreeks voelbaar voor de burger. Wanneer onvoldoende personeel beschikbaar zijn, komt de nabijheidsjustitie onder druk.

Dat geldt in het bijzonder voor de opvolging van bewindvoeringen, die voldoende tijd en personeelsinzet vereist. Ook de verdere uitbouw van initiatieven zoals het Steunpunt bewindvoering vraagt blijvende ondersteuning binnen de griffies.


Probleem wordt al jaren aangekaart

Het huidige personeelstekort staat niet op zichzelf. De voorzitters kaarten de problemen van de Brusselse vredegerechten al jaren aan bij opeenvolgende ministers van Justitie, de Hoge Raad voor de Justitie en het College van de hoven en rechtbanken.

Intussen werd wel belangrijke vooruitgang geboekt bij de magistratenbezetting. Waar enkele jaren geleden nog acht kantons zonder titularis waren, beschikken vandaag vrijwel alle kantons opnieuw over een vrederechter. De grootste uitdaging bevindt zich nu bij de onderbezetting van de griffies.


Structurele hervormingen zijn noodzakelijk

Volgens de voorzitters vormt de geplande organisatie in zes geografische pools een belangrijk onderdeel van de oplossing. De poolvorming moet schaalvergroting en een betere inzetbaarheid van het beschikbare personeel mogelijk maken. Tegelijk moet het kansen bieden om de vredegerechten onder te brengen in moderne, goed uitgeruste en beter bereikbare gebouwen, met behoud van nabijheid en toegankelijkheid voor de burger.

De poolvorming kan echter slechts slagen indien zij gepaard gaat met voldoende personeelsbezetting en een aangepaste beleidsstructuur. Daarbij wijzen de voorzitters op de noodzaak van een arrondissementele hoofdgriffier die de beschikbare griffiecapaciteit overkoepelend kan aansturen, net als eigen voorzitters en een apart directiecomité (zoals in de andere arrondissementen).


Taalvereisten bemoeilijken aanwervingen

Een belangrijke oorzaak van de aanhoudende aanwervingsproblemen zijn de specifieke taalvereisten die in Brussel gelden. Voor griffiers van de Brusselse vredegerechten geldt momenteel een bijzonder verregaande tweetaligheidsvereiste, waardoor de groep potentiële kandidaten sterk beperkt blijft. 
Op andere niveaus van de rechterlijke organisatie werden de taalvereisten de voorbije jaren al versoepeld. Zo werd voor hoofdgriffiers van onder meer het Brusselse hof van beroep in 2024 overgestapt van een vereiste van grondige naar een functionele kennis van de andere landstaal. Voor de Brusselse vredegerechten bleven de vereisten echter ongewijzigd.

Volgens de voorzitters leidt dit bovendien tot een paradoxale situatie. Omdat nauwelijks kandidaten aan de huidige voorwaarden voldoen, moeten in sommige gevallen eentalige personeelsleden worden gedelegeerd in functies van griffier of hoofdgriffier. Daardoor komt de tweetaligheid van de dienstverlening net verder onder druk te staan.

De voorzitters pleiten daarom voor een systeem van functionele tweetaligheid, met een wettelijk vastgelegd quotum tussen eentalige en tweetalige personeelsleden binnen beide taalrollen. Op die manier kan de dienstverlening in beide landstalen worden gewaarborgd, terwijl de potentiële kandidatenpool aanzienlijk wordt uitgebreid.

Poolvorming, voldoende personeel, aangepaste taalvereisten en een doeltreffende beleidsstructuur vormen volgens de voorzitters één samenhangend geheel. De sluiting van de griffies moet dan ook gezien worden als een tijdelijke noodmaatregel die vooral duidelijk maakt dat de beschikbare personeelscapaciteit haar grens heeft bereikt.