30/06/2026

Het hof van beroep Gent heeft een man veroordeeld tot een bijkomende gevangenisstraf van 5 jaar en een boete van 240.000 euro wegens mensensmokkel. Op 21 november 2025 had de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge een strafvordering tegen deze beklaagde niet ontvankelijk verklaard omdat hij meermaals niet vanuit de gevangenis naar de zitting kon worden overgebracht. De bijkomende bestraffing van het hof sluit aan bij een eerdere veroordeling op 23 mei 2025 door de Nederlandstatige rechtbank van eerste aanleg, afdeling Brussel wegens gelijkaardige feiten van mensensmokkel.

Feiten

Op 25 mei 2023 werden 13 transmigranten uit Eritrea in Ipswich aangetroffen in een koelcontainer. Onderzoek van de aangetroffen gsm’s  leidde de politiediensten naar de beklaagde. Hij bleek deel uit te maken van een criminele organisatie die zich bezig hield met het smokkelen van transmigranten naar het Verenigd Koninkrijk. De smokkel gebeurde via vrachtwagens op Belgische locaties (onder andere te Brugge en de haven van Zeebrugge). 

De beklaagde werd op 18 juni 2024 gearresteerd te Waremme. Hij bleek in het bezit van een gsm waarop diverse sporen van mensensmokkel werden gedetecteerd, net als linken met andere verdachten in een ander gerechtelijk dossier rond mensensmokkel. In het toestel werden ook foto’s van nummerplaten aangetroffen die wezen naar diverse illegale vrachttransporten.

Tijdens zijn ondervraging bekende de beklaagde betrokken te zijn bij talrijke activiteiten en pogingen tot mensensmokkel.

Tenlastelegging

De beklaagde moest zich voor de rechtbank verantwoorden als mededader van mensensmokkel, met volgende verzwarende omstandigheden:

  • misbruik te hebben gemaakt van de kwetsbare toestand waarin mensen zich bevinden
  • het leven van de slachtoffers opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar gebracht
  • van de betrokken activiteit een gewoonte gemaakt
  • deelname aan de activiteiten van een criminele organisatie

De tenlastelegging vond plaats in de periode van 1 mei 2022 tot en met 30 april 2024.

Rechtbank van eerste aanleg – strafvordering niet ontvankelijk verklaard

Op 21 november 2025 heeft de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge een strafvordering tegen de beklaagde niet ontvankelijk verklaard. Dit betekende dat de strafzaak niet inhoudelijk werd behandeld en er geen uitspraak werd gedaan over de schuldvraag. De rechtbank nam deze beslissing omdat ze meende dat het recht op een eerlijk proces niet kon worden gewaarborgd. Concreet werd de beklaagde meermaals niet vanuit de gevangenis naar de zittingen overgebracht.

Het openbaar ministerie ging tegen dit vonnis in beroep.

Inhoudelijke behandeling en beoordeling door het hof van beroep Gent

Op de zitting van 3 juni 2026 voor het hof was de beklaagde aanwezig en kon hij, bijgestaan door zijn raadsman, zijn verweer voeren.

Op basis van de onderzoeksresultaten in het strafdossier staat het voor het hof vast dat de beklaagde onmisbare hulp heeft verleend bij het organiseren en uitvoeren van verschillende smokkelactiviteiten in de periode van 1 mei 2022 tot en met 30 april 2024. Hij heeft daarbij - minstens - bijgedragen tot het verkrijgen van het door deze smokkel beoogde vermogensvoordeel, en speelde een belangrijke rol binnen de organisatie:

  • Het Brits en het Belgisch nummer van de beklaagde werd aangetroffen in de gsm’s van verschillende geïntercepteerde transmigranten.

  • Hij gaf locaties door aan transmigranten van ontmoetingsplaatsen.

  • Hij gaf tevens bepaalde instructies aan transmigranten bij het aanvatten van de reis naar België en gaf aan dat er voor de nodige documenten zou worden gezorgd.

  • Hij was in het bezit van lijsten van namen van transmigranten (aangetroffen in zijn gsm toestel) waarbij betalingen stonden vermeld, wat erop wijst dat hij ook een soort boekhouding voor de organisatie bijhield.

  • Hij begeleidde de transmigranten naar de parkings van waaruit zij op vrachtwagens de reis naar het Verenigd Koninkrijk konden aanvatten.

Strafmaat

Het hof van beroep stelde vast dat de beklaagde reeds op 23 mei 2025 door de Nederlandstatige rechtbank van eerste aanleg, afdeling Brussel werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van drie jaar en een geldboete van 76.000 euro wegens feiten van mensensmokkel. 

Het hof oordeelde dat het opzet dat aan de basis van deze feiten lag, hetzelfde is als het opzet van de feiten waarvoor de beklaagde zich nu voor het hof moest verantwoorden. Gelet op de bijzondere zwaarwichtigheid van deze feiten heeft het hof een bijkomende effectieve bestraffing van vijf jaar en een boete van 240.000 euro opgelegd. Een bedrag van 75.000 euro werd verbeurd verklaard. De beklaagde wordt ook voor een termijn van 10 jaar uit zijn burgerrechten ontzet.

Motivering hof van beroep Gent

Bij het bepalen van de strafmaat hield het hof rekening met volgende elementen:

  • De ernst van de feiten, waarbij transmigranten met een precair verblijfstatuut in bijzonder hachelijke, mensonterende en potentieel gevaarlijke omstandigheden werden vervoerd (cfr. de mensensmokkel te Zeebrugge op 27 mei 2024 waar zes migranten na een noodoproep konden worden gered uit een koelcontainer).
  • De handelwijze van de beklaagde ontwricht de samenleving en getuigt van minachting voor de wetten en reglementen met betrekking tot de toegang tot het grondgebied van de Staten. Dit geldt ook voor het welzijn en de veiligheid van de slachtoffers van mensensmokkel die uit persoonlijke of familiale veiligheidsoverwegingen of uit economische noodzaak hun land van herkomst zijn ontvlucht.
  • De criminele organisatie achter deze smokkelactiviteiten - waarvan de beklaagde deel uitmaakte - sloeg munt uit de situatie waarin transmigranten verkeerden en had klaarblijkelijk geen oog voor het leed dat aan de slachtoffers werd berokkend.