07/04/2026

De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag een beklaagde veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf voor een reeks ernstige zedenfeiten in de regio Leuven. Deze incidenten vonden telkens plaats tijdens de nachtelijke uren, waarbij de beklaagde telkens onverwacht opdook. In meerdere gevallen ging het om slachtoffers die zich ’s nachts met de fiets verplaatsten of zich in hun woning bevonden. De rechtbank stelt vast dat de feiten bijzonder ernstig en maatschappelijk verontrustend zijn. Het gevaar dat van de beklaagde uitgaat vloeit niet enkel voort uit de feiten op zich, maar ook uit het repetitieve karakter ervan. 

Feiten

De beklaagde moet zich verantwoorden voor een reeks feiten van aanranding van de eerbaarheid, gepleegd in de regio Leuven tussen 31 oktober 2024 en 1 april 2025.

De feiten kwamen aan het licht na een melding bij de politiediensten in de nacht van 1 april 2025. Het slachtoffer verklaarde dat zij die nacht per fiets op weg was naar haar woning in Oud‑Heverlee, nadat zij samen met vriendinnen een feestje in Leuven had bijgewoond.

Volgens haar verklaring merkte zij op de Naamsesteenweg in Heverlee, ter hoogte van de brug over de E40, een man op die haar ongerust maakte. Toen zij de brug naderde, duwde de man haar plots van haar fiets, greep haar bij de arm en probeerde haar onder dwang mee te voeren naar een afgelegen en donkere plaats. Het slachtoffer verzette zich en maakte duidelijk dat zij niet wilde meegaan. Daarop haalde de man een plooimes boven en sommeerde hij haar opnieuw om mee te gaan. Tijdens het verweer greep hij haar bij de hand. Daarbij kwam haar rechterhand in contact met het mes, waardoor zij een snijwonde opliep tussen duim en wijsvinger. Het slachtoffer verklaarde dat zij zich uiteindelijk kon losrukken, haar fiets nam en wegvluchtte. Thuis maakte zij onmiddellijk haar ouders wakker, waarna haar moeder de politie verwittigde.

Uit een ANPR‑bevraging van de omgeving tussen 02.00 en 03.00 uur trok één voertuig de aandacht van de politie: een blauwe Peugeot die tweemaal werd geregistreerd op de Naamsesteenweg (om 02.15 uur in de richting van Namen en om 02.26 uur in de richting van Leuven). In de ochtend van 1 april 2025 voerde de politie een huiszoeking uit op het adres van de beklaagde. Terwijl de politie zich bij de Peugeot bevond, sprak een buurman hen aan. Hij verklaarde dat hij die nacht was opgestaan en naar buiten had gekeken, en dat hij de beklaagde tussen ongeveer 01.45 en 02.10 uur in de blauwe auto had zien stappen.

Naar aanleiding van de feiten van 1 april 2025 legde de politie een verband met een reeks gelijkaardige feiten van exhibitionisme en aantasting van de seksuele integriteit. Deze incidenten vonden telkens plaats tijdens de late nachtelijke uren en in dezelfde geografische omgeving: Leuven, Heverlee, Wilsele, Wijgmaal en Kessel‑Lo. In meerdere gevallen ging het om slachtoffers die zich ’s nachts met de fiets verplaatsten of zich in hun woning bevonden. Steeds dook een man onverwacht op, vaak vanuit struiken of van achter geparkeerde voertuigen, waardoor de slachtoffers schrokken of moesten uitwijken.

In vrijwel alle gevallen vertoonde de dader eenzelfde gedragspatroon: hij benaderde de slachtoffers op onverwachte en intimiderende wijze, ontblootte zijn geslachtsdeel en masturbeerde in hun richting. In meerdere dossiers verklaarden slachtoffers dat de man naar hen spuwde.

De beklaagde is een man van bijna 30 jaar oud en woonachtig in Leuven. Hij heeft een ongunstig strafrechtelijk verleden.

Oordeel rechtbank

De rechtbank acht de beklaagde schuldig aan:

  • acht feiten van aantasting van de seksuele integriteit bij gelijkstelling, waarvan twee met verzwaring, 
  • acht feiten van exhibitionisme, waarvan één met verzwaring, 
  • drie feiten van belaging, 
  • aantasting van de seksuele integriteit met verzwaring, 
  • opzettelijke slagen en verwondingen met voorbedachten rade, 
  • het bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen,
  • het zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.
Uitspraak rechtbank

De rechtbank veroordeelt de beklaagde voor deze bewezen feiten tot: 

  • Een effectieve gevangenisstraf van 8 jaar;
  • Een terbeschikkingstelling van 15 jaar na afloop van de gevangenisstraf, ter bescherming van de maatschappij;
  • Een contactverbod met de slachtoffers van minstens 10 jaar;
  • Een ontzetting uit bepaalde burgerrechten van 5 jaar (zoals voorzien in het artikel 31, lid 1 van het Strafwetboek).

Op burgerlijk vlak moet de beklaagde aan de slachtoffers die zich burgerlijke partij stelden een morele en materiële schadevergoeding betalen van in totaal 4.419,66 euro.

Motivering rechtbank

De rechtbank stelt vast dat deze feiten bijzonder ernstig en maatschappelijk verontrustend zijn.

Het gevaar dat van de beklaagde uitgaat vloeit niet enkel voort uit de feiten op zich, maar ook uit het repetitieve karakter ervan. De rechtbank stelt bovendien vast dat hij zijn grenzen stelselmatig verlegt. Hoewel de beklaagde reeds eerder werd veroordeeld voor bedreigingen en overlast via telecommunicatie en toen onder begeleiding stond, pleegde hij opnieuw meerdere strafbare feiten die een zorgwekkende escalatie aantonen. Waar zijn eerdere feiten nog op enige afstand werden gepleegd, zocht hij nu bewust de nabijheid en de rechtstreekse confrontatie op. Hij keek zijn slachtoffers indringend in de ogen, belemmerde hun doorgang wanneer zij trachtten te vluchten en schuwde het gebruik van fysiek geweld niet, zoals blijkt uit de gebeurtenissen op 1 april 2025. Het eerste gekende feit dateert van amper anderhalf jaar na zijn eerdere veroordeling.

De feiten tonen het patroon aan van een persoon die ’s nachts bewust en doelgericht op zoek gaat naar meisjes en vrouwen die alleen en kwetsbaar zijn. Dergelijke feiten raken de maatschappij in het diepste van haar fundamenten en versterken het gevoel van onveiligheid dat reeds bij velen heerst. Ieder individu heeft het fundamentele recht om zich veilig te voelen, van ongewenste seksuele handelingen bespaard te blijven en veilig en ongehinderd naar huis te kunnen fietsen.

Uit het dossier blijkt dat de opgelegde begeleiding in het kader van de vorige veroordeling niet het verhoopte effect heeft gehad. Integendeel, het gedrag van de beklaagde escaleerde en werd steeds assertiever en agressiever. Hij kreeg eerder een duidelijke kans om zijn problematiek aan te pakken en zijn gedrag bij te sturen, maar heeft deze mogelijkheid niet benut.

De rechtbank is van oordeel dat een ernstige, effectieve bestraffing noodzakelijk is, zowel om herhaling te voorkomen als om de beklaagde duidelijk te maken dat zijn gedrag volstrekt ontoelaatbaar is.