09/02/2026

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft de aannemingsvennootschap, diens zaakvoerder en diens werfleider schuldig verklaard aan onopzettelijke slagen of verwondingen door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg na een gasexplosie in Oostende. Ze kregen de opschorting van uitspraak van veroordeling. De kraanman, de veiligheidscoördinator en een werknemer van de veiligheidscoördinator werden vrijgesproken.

Feiten
Op 26 augustus 2022 had een aannemingsvennootschap een overheidsopdracht verkregen om in het centrum van Oostende wegen- en rioleringswerken uit te voeren. Op 13 oktober 2022 om 11.20u kreeg de noodcentrale 112 diverse meldingen van een gaslek in de Ooststraat te Oostende. Politie en brandweer kwamen ter plaatse en gingen over tot het afzetten van de Ooststraat, een stuk van de Christinastraat en de Aartshertoginnestraat. Om 11.32u werden de straten geëvacueerd. Om 11.35u was Fluvius ter plaatse. Om 11.36u was er een zware ontploffing in de Ooststraat. Er ontstond een grote luchtverplaatsing en een vuurbal, waarbij verschillende mensen werden weggeblazen. Drie mensen raakten ernstig gewond. Het gaslek en de ontploffing werden veroorzaakt terwijl de kraanman een damplaat in de grond aan het trillen was. Uit het onderzoek van de gerechtsdeskundige en de branddeskundige bleek dat een damplaat de gasleiding beschadigde en een incisie aan de zijkant veroorzaakte. Hierdoor lekte het gas ondergronds uit de gasleiding.

Beoordeling over de tenlastelegging
De aannemingsvennootschap, de bestuurder van deze vennootschap en de werfleider zijn schuldig aan onopzettelijke slagen door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. De rechtbank hield bij haar beoordeling onder andere rekening met volgende elementen:
- Geen van de drie had voor aanvang van de werken een KLIPplan geraadpleegd, waarop de ligging van de gasleiding duidelijk en accuraat kon worden afgeleid.
- De aannemer was door meerdere partijen op de hoogte gebracht van het belang van het KLIPplan en het opmaken van risicoanalyses.
- Het gebruik van foutieve damwandplanken toont aan dat het KLIPplan niet werd geconsulteerd en/of een voorafgaande uitgevoerde risicoanalyse ontbreekt.
- De werkzaamheden mochten toen niet worden uitgevoerd binnen een perimeter van twee meter langs de beide kanten van de gasleiding zonder een voorafgaande goedkeuring van de aardgasdistributienetbeheerder. Deze goedkeuring werd door de aannemingsvennootschap (en diens bestuurder) niet aangevraagd.
- De werfleider wist zeer goed dat de werken ter hoogte van de Ooststraat en de Christinastraat complex waren, gelet op de specifieke ligging van de ondergrondse leidingen en de smalle straat waar gewerkt moest worden. Hij liet na de noodzakelijke voorzorgmaatregelen te nemen. Hij diende in dergelijke situatie extra aandacht te besteden aan de uitgevoerde risicoanalyse en de manier van werken en had minstens moeten controleren of het aangeleverde materiaal de correcte afmetingen had. Het niet lezen van de Synergrid-voorschriften als bijlage bij het veiligheidsplan is tevens een onachtzaamheid.

De kraanman werd vrijgesproken. Als kraanman had hij louter een uitvoerende functie onder toezicht van de werfleider en beschikte hij niet over een leidinggevende of coördinerende functie. Er is geen fout of een gebrek aan voorzorg bewezen. Van zodra de gasgeur werd opgemerkt, heeft hij de werkzaamheden stopgezet, de omstaanders verwittigd en de noodprocedure gestart. Hierbij handelde hij correct en accuraat.

De veiligheidscoördinator en een werknemer van de veiligheidscoördinator werden vrijgesproken. Niets wijst erop dat beide beklaagden foutief of onzorgvuldig nalatig zouden hebben gehandeld. Zo blijkt dat een duidelijk preventiedossier werd voorgelegd, waarbij verwezen werd naar het KLIPplan. Ook de Synergrid-voorschriften waren consulteerbaar via het KLIPplan, waarnaar expliciet werd verwezen in het veiligheids- en gezondheidsplan. De aannemers waren ook in het bezit van de KLIPplannen.

Strafmaat en schadevergoedingen
De rechtbank sprak voor de aannemingsvennootschap de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van 5 jaar uit. De bestuurder van deze vennootschap en de werfleider kregen de gewone opschorting van de uitspraak van de veroordeling met een proeftijd van 3 jaar. Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met:

  • het feit dat de zaakvoerder van de aannemingsvennootschap na de feiten onmiddellijk de nodige stappen heeft ondernomen om de productieprocessen en de manier van opvolging van werken aan te passen, in een poging om gelijkaardige feiten in de toekomst te vermijden;
  • een bestraffing dreigt bij alle drie de beklaagden disproportionele gevolgen teweeg te brengen voor hun reclassering;
  • voor de aannemingsvennootschap zou een bestraffing het voorbestaan van de vennootschap zelfs in het gedrang kunnen brengen;
  • het feit dat de rechtbank de vergoeding van de burgerlijke partijen niet in het gedrang wil brengen.
    De aannemingsvennootschap en diens zaakvoerder moeten aan verschillende burgerlijke partijen schadevergoedingen betalen. Er werd een geneesheer-deskundige aangesteld om over verschillende schadeposten advies te verlenen.