De wet moet de mogelijkheid bieden om onmiddellijk in te grijpen bij dreigend familiaal geweld en daar waar preventie te kort schiet.

Waar doorgaans het slachtoffer van huiselijk geweld de verblijfplaats verlaat, is het hier de dader die de verblijfplaats moet verlaten.

De te beschermen persoon en de uit huis te plaatsen persoon moeten dezelfde verblijfplaats betrekken. In de wet wordt dus niet gesproken van woning maar van verblijfplaats.

Meer informatie daarover vindt u hier.

In burgerlijk zaken gebeurt de uitspraak schriftelijk.

In strafzaken wordt meestal een gedeelte van het vonnis of het arrest voorgelezen. U kan hoe dan ook het vonnis of het arrest inkijken op de griffie of ook een kopie aanvragen van het vonnis of arrest.

Het Grondwettelijk hof heeft de artikelen 2 en 3 van de wet van 14 oktober 2018 nietig verklaard «in zoverre zij van toepassing zijn op de rechtzoekenden van wie de zaak op de rol is ingeschreven tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de plafonds om juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand te genieten, zoals vastgesteld krachtens de artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020 (...), maar hoger dan de plafonds die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van die bepalingen (1 september 2020) » .

Om te weten of je voldoet aan de voorwaarden om ingevolge dat arrest je rolrechten terugbetaald te krijgen, nodigen we je uit om de website van de FOD Financiën te raadplegen die een zeer volledige FAQ aan deze kwestie heeft gewijd: https://eservices.minfin.fgov.be/myminfin-web/pages/fisconet/document/d1fc884c-8e65-41fa-aafd-7738fa026e5f

Als slachtoffer van een misdrijf kan u zich burgerlijke partij stellen op verschillende tijdstippen en op verschillende manieren.

Deze uitgebreide brochure gaat uitsluitend over de burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter.

Om magistraat te worden moet u minstens een diploma in de rechten hebben en Belg zijn. De andere voorwaarden hangen af van de procedure die u als kandidaat-magistraat wil volgen. Er zijn drie manieren om benoemd te worden tot magistraat.

U legt het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage af, dat u toegang verleent tot de gerechtelijke stage (van twee jaar). Indien u de gerechtelijke stage met vrucht heeft beëindigd, ontvangt u een getuigschrift. Vervolgens kan u zich kandidaat stellen voor vacante betrekkingen van magistraat.

Via een examen inzake beroepsbekwaamheid: meer ervaren juristen kunnen via een examen rechtstreeks tot de magistratuur toetreden. De vereiste ervaring om benoemd te worden tot rechter hangt af van het juridische beroep dat iemand heeft uitgeoefend. Voor een advocaat is tien jaar ervaring vereist, voor iemand met een juridische functie in de privésector twaalf jaar. Wie minstens vijf jaar ervaring heeft en slaagt in het examen, kan benoemd worden tot parketmagistraat.

Via het mondelinge evaluatie-examen: wie minstens twintig jaar als advocaat heeft gewerkt, of vijftien jaar als advocaat én ten minste vijf jaar in een ander beroep waarin een belangrijke kennis van het recht vereist is, kan deelnemen aan een mondelinge proef. Wie daarin slaagt, kan benoemd worden tot rechter.

De vermelde examens worden georganiseerd door de Hoge Raad voor de Justitie, een orgaan dat onafhankelijk is van de minister van Justitie.

De voorwaarden om magistraat te worden, kunnen veranderen. De meest recente voorwaarden kan u terugvinden in het Gerechtelijk Wetboek of op de website van de Hoge Raad voor de Justitie.

 

Een magistraat aan het woord horen over wat zijn of haar werk inhoudt?

Bekijk hier dan de video’s van een:

Om een duo interview te zien tussen een magistraat van de zetel en een magistraat van het openbaar ministerie, kan u hier een kijkje nemen:

Als er zich geen problemen voordoen tijdens de procedure, kan alles na  6 à 8 maanden geregeld zijn.

Het gaat hier wel degelijk over de duur van de procedure en niet over het opstellen van de overeenkomst voorafgaand aan de inleiding van de echtscheiding door onderlinge toestemming. Daar hangt alles af van de partijen.

U bent officieel gescheiden wanneer het vonnis is overgeschreven op de burgerlijke stand.

Indien de echtscheiding werd ingeleid nadat de echtgenoten reeds 6 maanden een afzonderlijke woonplaats hadden, dan is er slechts één verschijning op de rechtbank vereist en wordt de duur ingekort met 4 maanden.

Indien u student bent en u zou graag een stage willen volgen op de griffie van een rechtbank, neemt u best contact op met de korpsoverste van de rechtbank waar u stage zou willen lopen.

U vindt de contactgegevens van de rechtbank op de website.

U kan een brief schrijven of een mail sturen met uw curriculum vitae waarin u motiveert waarom u een stage zou willen volgen. U kan ook de periode opgeven waarin u de stage zou willen lopen en hoe lang deze moet duren, doch houd er zeker rekening mee dat niet altijd aan uw eisen kan voldoen worden. Verstuur uw aanvraag ook tijdig en niet op het laatste moment.

Het lijkt beter u zo soepel mogelijk op te stellen, omdat er een plaats moet zijn, er moet ook een begeleider gevonden worden en het moet ook passen in de werkzaamheden van de griffie.

Als u klachten heeft over het optreden van een gerechtsdeurwaarder, kan u hiervoor aankloppen bij de Voorzitter (=Syndicus) of de Verslaggever van de Raad van de Arrondissementskamer waarvan de betrokken gerechtsdeurwaarder deel uitmaakt.

Hiernaast kan u misbruiken door een gerechtsdeurwaarder ook via een gewone brief signaleren aan de beslagrechter, met de vraag om op te treden in toepassing van artikel 1396 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze bepaalt luidt als volgt:

Art. 1396. Onverminderd de bij de wet bepaalde middelen van nietigheid, draagt de beslagrechter zorg dat de bepalingen inzake bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden nagekomen.

Hij kan, zelfs ambtshalve, zich een verslag over de stand van de rechtspleging door de optredende of aangestelde openbare of ministeriële ambtenaren doen overhandigen.

Stelt hij een verzuim vast, dan geeft hij daarvan kennis aan de procureur des Konings, die oordeelt welke tuchtrechtelijke gevolgen zulks medebrengen.”

Heeft u klachten over de wijze waarop een incassobureau een schuld invordert?

U kan daarmee terecht bij de algemene directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie

Collectieve schuldenregeling

Wanneer u een probleem hebt met uw schuldbemiddelaar in het kader van een collectieve schuldenregeling, kan u de rechter vragen om op te treden of om een andere schuldbemiddelaar aan te stellen.

Een rechter zal dit laatste echter niet snel doen.

U moet dan gedetailleerd aantonen wat de schuldbemiddelaar verkeerd heeft gedaan. U kan dat best aantonen aan de hand van een aantal stukken, zoals brieven, mails enz.

U kan u hiervoor laten bijstaan door een pro-Deoadvocaat, door een OCMW of CAW of iemand die u juridische raad kan geven.

Schuldbemiddeling

Als je in schuldbemiddeling bent bij een OCMW of CAW, kan je altijd vragen om een andere schuldbemiddelaar aan te stellen.

U kan ook gewoon stoppen met schuldbemiddeling.

Sinds 2017 is enkel nog de notaris bevoegd indien u een nalatenschap wenst te verwerpen.

Voor meer formulieren in verband met een nalatenschap, klik hier.

Ja, dat kan. Zoals eerder gezegd zijn er wel een aantal voorbehouden plaatsen voor de advocaten, de partijen en de pers. Er kunnen geen plaatsen gereserveerd worden.

Deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als rechters.

Indien een deskundige weet dat er enige reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij partijen daarr onmiddellijk van op de hoogte stellen en zich van de zaak onthouden.

Partijen kunnen hem wel na gemeenschappelijk overleg vrijstelling verlenen.

De deskundige die partijen hebben gekozen, kan alleen gewraakt worden om redenen die ontstaan zijn of bekend werden na de aanwijzing.

Wanneer de installatievergadering voorbij is of, wanneer er geen installatievergadering is, na de aanvang van de werkzaamheden kan men geen wraking meer opwerpen tenzij men pas daarna kennis kreeg van bepaalde gegevens.

Dat principe werd alleen ingevoerd om te vermijden dat een partij de deskundige van de zaak wil krijgen omdat ze in de loop van het onderzoek begint te vermoeden dat hij de andere partij in het gelijk zal stellen.

Dit is mogelijk doch u dient hiervoor vooraf contact op te nemen met de korpsoverste of diens vertegenwoordiger. De adressen vindt u terug op het internet.

De meeste zittingen in het gerechtsgebouw zijn openbaar en voor het publiek toegankelijk. Sommige zittingen, bijvoorbeeld van de jeugdrechtbank of correctionele zittingen, waarbij de voorzitter de sluiting van de deuren heeft bevolen, mag u niet bijwonen.

Iedereen vanaf 18 jaar kan een zitting bijwonen. Jongeren onder de 18 jaar dienen vergezeld te zijn van een ouder.

In een aantal kamers is een bode aanwezig. U kan zich het best aanmelden bij deze bode. Hij zal u ook aanwijzen waar u plaats mag nemen. Er zijn immers een aantal plaatsen voorbehouden voor de advocaten en voor de burgers die voor de rechtbank dienen te verschijnen.

Al naargelang van de omstandigheden is het mogelijk dat u bij de ingang van het gerechtsgebouw een veiligheidscontrole dient te ondergaan.

Het penitentiair verlof laat de veroordeelde toe om drie keer per trimester de gevangenis te verlaten gedurende uur zesendertig.

Het penitentiair verlof heeft tot doel :  

  • de familiale, affectieve en sociale contacten van de veroordeelde in stand te houden en te bevorderen;  
  • de sociale re-integratie van de veroordeelde voor te bereiden.  

De uitvoering van de vrijheidsstraf straf loopt voort tijdens de duur van het toegekend penitentiair verlof.

Het penitentiair verlof wordt toegekend aan elke veroordeelde die voldoet aan de volgende voorwaarden :

  • De veroordeelde bevindt zich in het jaar dat de datum voorafgaat waarop hij tot voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden toegelaten;
  • Er bestaan in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Die tegenaanwijzingen betreffen het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, het risico dat hij tijdens het penitentiair verlof ernstige strafbare feiten zou plegen, of het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen.
  • De veroordeelde stemt in met de voorwaarden die aan het penitentiair verlof kunnen worden verbonden.
     

In deze brochure wordt uitgelegd wat een geldboete u in feite kost.

De rechter is verplicht om voor elke veroordeling tot een geldboete een vervangende gevangenisstraf uit te spreken.

De vervangende gevangenisstraf is een soort drukkingsmiddel van de overheid om de betaling van de geldboete af te dwingen, wanneer de veroordeelde niet geneigd zou zijn te betalen, en een middel om de veroordeelde niet aan bestraffing te laten ontsnappen, als hij de boete niet kan betalen.

De FOD Justitie heeft een nieuwe brochure gemaakt naar aanleiding van de wetswijziging in verband met de VZW. U kan deze hier downloaden.

De bijdragen spijzen het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Met de opbrengsten van dat fonds wordt het stelsel van juridische tweedelijnsbijstand aanvullend gefinancierd. Op die manier kan aan de advocaten die in dat stelsel prestaties leveren een billijke vergoeding worden gegarandeerd.

De bijdrage van 20 euro is verschuldigd in burgerlijke zaken en in strafrechtelijke zaken.

Wenst u meer uitleg over die bijdrage, raadpleeg dan deze omzendbrief van de FOD Justitie.

Dit is afhankelijk voor het soort zaak. In een burgerlijke zaak doet de rechter meestal uitspraak binnen één maand. Bij complexe zaken kan dit langer duren.

Bij strafzaken kan de uitspraak op het einde van de zitting gebeuren of op een latere datum. De rechter deelt de datum mee waarop de uitspraak gebeurt. Ook hier kan de uitspraak langer op zich laten wachten wanneer het om een complexe zaak gaat.

Verjaring van de strafvordering is niet hetzelfde als de verjaring van de straffen.

Het recht om straffen uit te voeren is aan bepaalde termijnen gebonden.

De verjaring van de straf is een verval van het recht van de overheid om de straf uit te voeren door het verstrijken van die termijnen.

De verjaring van de straf is van openbare orde; de veroordeelde kan er niet aan verzaken.

De duur van de verjaringstermijnen verschilt naargelang de aard van de uitgesproken straffen.

Criminele straffen verjaren door verloop van twintig jaren.

Correctionele straffen van meer dan drie jaar verjaren na verloop van tien jaar. Dat kunnen alleen gevangenisstraffen zijn.

De verjaringstermijn bedraagt vijf jaar voor correctionele straffen van drie jaren of minder, dus gevangenisstraffen, straffen onder elektronisch toezicht en autonome probatiestraffen.

Een zaak of een dossier seponeren betekent dat de procureur des Konings in een opsporingsonderzoek beslist om iemand niet te vervolgen. Hij klasseert het dossier zonder gevolg.

De procureur des Konings kan daartoe beslissen om verschillende redenen zoals onvoldoende bewijs, het misdrijf is verjaard, de verdachte is overleden, het belang van de zaak, het strafrechtelijk beleid enz.

De procureur des Konings kan altijd op zijn beslissing terug komen, wanneer er bijvoorbeeld nieuw bewijs voorhanden is.

In een gerechtelijk onderzoek (onderzoek dat geleid werd door een onderzoeksrechter) is seponeren niet mogelijk. Daar bepaalt de raadkamer (van de rechtbank van eerste aanleg) welk gevolg wordt gegeven aan een zaak.

Wanneer partijen in een strafzaak nog geen schadeëis kunnen voorleggen (om verschillende redenen: aanstelling deskundige is nog bezig, facturen ontbreken, enz.) dan kan de eisende partij ofwel een provisie vragen (voorschot) ofwel vragen dat de burgerlijke belangen worden aangehouden. Eens alle gegevens in het bezit zijn van de eisende partij, kan de zaak opnieuw voor de rechtbank gebracht worden.

In burgerlijke zaken wordt de uitspraak naar de advocaat verstuurd indien u een advocaat heeft zoniet naar uzelf. In dat geval is er dus geen probleem.

In strafzaken dient u op de griffie te informeren wanneer de uitspraak juist is geweest. Op de griffie kan u inzage krijgen van het vonnis of arrest.

Wie zijn we? (tekst afkomstig van FOD Financiën)

De Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) werd opgericht als onderdeel van de Federale Overheidsdienst Financiën (wet van 21 februari 2003).

De DAVO maakt deel uit van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering.

De dienst heeft lokale kantoren verspreid over het hele land.

De DAVO werd opgericht om een oplossing te bieden voor volgende problemen:

  • het bestrijden van armoede door het niet betalen van het onderhoudsgeld (alimentatie) aan kinderen en/of (ex-)partner;
  • het niet uitvoeren van gerechtelijke uitspraken en notariële aktes.

Wanneer uw onderhoudsgeld niet wordt betaald, kunt u als onderhoudsgerechtigde (diegene die het onderhoudsgeld moet krijgen) een aanvraag indienen bij de DAVO.

De DAVO zal dan optreden om:

  • het maandelijks onderhoudsgeld (en de achterstallen) bij de onderhoudsplichtige (diegene die het onderhoudsgeld moet betalen) op te eisen;
  • eventueel voorschotten op het maandelijks onderhoudsgeld aan u te betalen.

Het is belangrijk te weten dat:

  • de DAVO niet automatisch optreedt: u moet zelf een aanvraag indienen en aan bepaalde voorwaarden voldoen;
  • de DAVO over alle uitvoeringsmaatregelen beschikt die aan u, als onderhoudsgerechtigde, zijn toegekend;
  • de DAVO alle informatie mag inwinnen over de financiële toestand van de onderhoudsplichtige;
  • naast de tussenkomst van de DAVO, de onderhoudsplichtige strafrechtelijk kan worden vervolgd voor het niet-betalen van het onderhoudsgeld.

 

Het College van de hoven en rechtbanken neemt maatregelen die een toegankelijke, onafhankelijke, tijdige en kwaliteitsvolle rechtspraak verzekeren door het organiseren van onder meer communicatie, kennisbeheer, kwaliteit, werkprocessen, implementatie van de informatisering, het strategisch personeelsbeleid, de statistiek, de werklastmeting en werklastverdeling.

Het kan dwingende richtlijnen en aanbevelingen geven aan de directiecomités die de lokale entiteiten vertegenwoordigen en zal de beschikbare middelen verdelen over de hoven en rechtbanken op basis van de beheersplannen die de directiecomités van die lokale entiteiten opstellen.

De voorzitter van het College wordt verkozen voor 2,5 jaar uit de leden van het College. Het College neemt beslissingen bij meerderheid.

Het College bestaat uit 3 eerste voorzitters van hoven van beroep, 1 eerste voorzitter van een arbeidshof, 2 voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg, 1 voorzitter van een ondernemingsrechtbank, 1 voorzitter van een arbeidsrechtbank, 1 voorzitter vredegerechten en politierechtbanken.