Exit-beschikking

18/05/2020

B E S C H I K K I N G

Nr. 2020/177

Wij, R. Hobin, eerste voorzitter van het hof van be­roep te Antwerpen;

Gelet op de dwingende richtlijnen van het College van hoven en rechtbanken d.d. 16 en 18 maart 2020, zoals geactualiseerd op 15 april 2020;

Gelet op onze beschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020 houdende een nood-dienstregeling tijdens corona-tijden;

Gelet op de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad van 6 mei 2020, en de daarin in het vooruitzicht gestelde “exit”-planning;

Gelet op het art. 3 van het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020, zoals aangepast door het Ministerieel Besluit van 30 april 2020, en zoals gewijzigd door het art. 3 van het Ministerieel Besluit van 8 mei 2020, meer bepaald het feit dat de cruciale bedrijven en de essentiële diensten toegankelijk zijn voor het publiek en gehouden zijn om, in de mate van het mogelijke, “het systeem van telethuiswerk en de regels van “social distancing” toe te passen”;

Gelet op de aanbevelingen van het College van hoven en rechtbanken van 1 mei 2020;

Gelet op de artikelen 24 en 25 van de Wet van 15 juni 1935;

Gelet op de noodwendigheden van de dienst;

Na het mondeling advies te hebben ingewonnen van de procureur-generaal bij ons hof van beroep, van de beide stafhouders van het ressort en van de hoofdgriffier;

Wijzigen onze hoger vermelde beschikkingen als volgt:

Art. 1 :
De beschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020 worden - met uitzondering van het hieronder bepaalde -  opgeheven met ingang van 25 mei 2020 voor wat betreft kamer C3-K.I. (1 en 2) en met ingang van 1 juni 2020 voor wat betreft de overige kamers van het hof van beroep.

Art. 2 :
Met ingang van 25 mei 2020 voor wat betreft kamer C3-K.I. (1 en 2), en met ingang van 1 juni 2020 voor wat betreft de overige kamers, wordt opnieuw de gewone dienstregeling van 14 juni 2019 van kracht, mits de hierna vermelde bijzondere bepalingen met het oog op de veiligheid en de volksgezondheid.

Art. 3:
De dienstregeling van 14 juni 2019 is opnieuw van kracht, mits:

  • de naleving van de gezondheidsmaatregelen en rekening houdend met de beschikbaarheid van magistraten en griffiepersoneel;
  • de organisatie in de mate van het mogelijke van telewerk teneinde de regels van “social distancing” in acht te kunnen nemen;
  • de beperking (in de mate van het mogelijke) van de toegang tot de gerechtsgebouwen tot die personen die omwille van hun zaak op de rechtbank moeten zijn, dan wel tot wie om professionele redenen op de rechtbank moet zijn.

Concreet betekent dit het volgende:

3.1. Mondmaskers:
De zaken worden op uur vastgesteld om de aankomst van mensen zoveel mogelijk te spreiden. Gelet op de concrete inrichting van het gebouw en gelet op de spreiding der zaken zal het meestal mogelijk zijn om overal 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren.

Het is verplicht een mondmasker (of gelijkwaardig, sjaal, hoofddoek, bandana...) mee te hebben voor het geval u in een situatie komt dat de 1,5 meter afstand niet kan bewaard worden (bv: een griffie of een volle zittingszaal). De voorzitter van de kamer beslist of u in de zittingszaal al dan niet een mondmasker moet dragen, gelet op de beschikbare ruimte en het aantal aanwezigen (zie bijlage). Het is dus niet algemeen verplicht om overal in het gebouw van het hof van beroep / arbeidshof een mondmasker te dragen.

3.2. Interacties op afstand:

3.2.1. Digitaal werken:
Om telewerk in de mate van het mogelijke te bevorderen wordt de elektronische communicatie via e-Deposit zoveel mogelijk aanbevolen.

Iedereen gelieve bij voorkeur de neerleggingen van verzoekschriften hoger beroep, conclusies, stukkenbundels en brieven (inclusief het akkoord om de zaak schriftelijk in beraad te nemen) via e-Deposit uit te voeren.

Faxen moeten zoveel mogelijk vermeden worden gelet op de onderbezetting van het personeel dat via het thuiswerk enkel de elektronische neerleggingen kan opvolgen.

Voor wat betreft verzoekschriften: het verzoekschrift dient verzonden te worden in het speciaal daarvoor gecreëerde e-Deposit rolnummer (voor burgerlijke zaken: 1970/AR/70 en voor strafzaken: 1970/CO/70). De verzoekschriften zullen niet op de rol worden ingeschreven dan na ontvangst van het bewijs van betaling van €20 bijdrage aan het fonds tweedelijnsrechtsbijstand, tenzij voor wie van deze betaling vrijgesteld is. Dit kan door een storting van €20 op BE46 6792 0091 0036 met als mededeling de naam van de eerste appellant(e).

3.2.2. Uitspraken:
Via de website van het hof van beroep kan men via de link “uw dossier” nagaan op welke datum de uitspraak in een welbepaalde zaak werd uitgesteld.

Teneinde niet te veel volk te moeten ontvangen in de zittingszalen op dagen dat er uitspraak is in strafzaken, zal iedere advocaat - in afwachting van een normalisatie van de toestand - in alle strafzaken (incl. K.I.) het arrest onmiddellijk na de uitspraak automatisch en kosteloos digitaal per e-mail ontvangen. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

3.2.3. Inzage dossiers:
Voor de inzage van dossiers (ook voor inzage van bepaalde burgerlijke dossiers) werd zitruimte gecreëerd op de griffie K.I. en de correctionele griffie. OPGELET: mondmasker dragen is hier verplicht tijdens de inzage.

Art. 4: Behandeling van de burgerlijke zaken / burgerlijke belangen in strafzaken:
Het K.B. nr. 2 van 9 april 2020, zoals verlengd bij K.B. van 28 april 2020, blijft onverminderd van toepassing, en dit voor de zaken die werden vastgesteld tot 17 juni 2020.

Gelet op de hernieuwde inwerkingtreding van de dienstregeling van 14 juni 2019, en gelet op de aanpassing van de zittingszalen met het oog op de handhaving van de “social distancing”, is het in alle zaken met een aan de zaal aangepast aantal partijen (zie bijlage) ook mogelijk om opnieuw pleidooien te houden of mondeling toelichting te geven op de vastgestelde rechtsdag. Voor die zaken die onder het toepassingsgebied van voornoemd K.B. nr. 2 vallen kan de voorzitter van de kamer in geval van bezwaar dus – overeenkomstig art. 2, §4 van dit K.B. – partijen uitnodigen om op de vastgestelde rechtsdag mondelinge toelichting te komen geven.

Art. 5: Uitspraken noodstrafkamer C8:
De bij beschikking van 17 maart 2020 opgerichte C8 kamer kan ook in de toekomst nog uitspraken doen van alle zaken die overeenkomstig de noodbeschikkingen van 17 maart, 19 maart, 20 maart en 3 april 2020  in beraad genomen werden: steeds op maandag, woensdag en donderdag, tussen 09.00 uur en 09.30 uur, of tussen 14.00 uur en 14.30 uur. Via de website van het hof van beroep kan men via de link “uw dossier” nagaan op welke datum de uitspraak in een welbepaalde zaak werd gesteld. Voor deze uitspraken is geen individuele beschikking van de eerste voorzitter voor het houden van een buitengewone zitting nodig.

Art. 6: Behandeling van de zaken C3-K.I.:
Zeggen dat de kamer van inbeschuldigingstelling (ook als C3 kamer) met ingang van 25 mei 2020 zitting zal houden overeenkomstig de beschikking van 14 juni 2019.

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de 6 cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangenentransport nog steeds zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – bij gebrek aan wettelijk kader en gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op tal van gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal.

Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de aangehoudene worden overgebracht, desnoods na uitstel van de zaak op verzoek van de aangehoudene.

Art. 7: Strafkamers ten gronde:
De werking van de correctionele kamers C1, C2, C4, C5 en C6 wordt hervat met ingang van 01 juni 2020.

In de bijlage van deze beschikking wordt aangegeven hoeveel mensen (partijen/advocaten) er in een welbepaalde zittingszaal zijn toegelaten met het oog op “social distancing”. Indien dit aantal door de omstandigheden moet overschreden worden zal de kamervoorzitter beslissen hoe de zitting doorgang kan vinden: ofwel door het verplicht dragen van een mondmasker (of gelijkgesteld), ofwel door de zaak uit te stellen op een andere datum in een grotere zittingszaal (bv.: plechtige zittingszaal).

De kamers C1, C2, C4, C5 en C6 kunnen zitting houden in alle zaken die door de noodstrafkamer C8 werden uitgesteld,

Wat het gevangenentransport betreft: om redenen van absolute volksgezondheid (enerzijds het doel om te trachten het virus uit de gevangenissen te houden, en anderzijds de moeilijkheden van “social distancing” in de 6 cellen van het hof van beroep en op de zitting) wordt het gevangenentransport nog steeds zoveel mogelijk beperkt. Advocaten zullen hun cliënt vertegenwoordigen. Het betrekken van de aangehoudene via videoconferentie is – bij gebrek aan wettelijk kader en gelet op het gebrek aan mensen en middelen in de lokalen van de gevangenissen met het oog op tal van gelijktijdige videoconferenties – voorlopig enkel mogelijk in het kader van welbepaalde proefprojecten, maar nog niet op grote schaal.

Enkel op beslissing van de kamervoorzitter zal de aangehoudene worden overgebracht, desnoods na uitstel van de zaak op verzoek van de aangehoudene.

Teneinde niet te veel volk te moeten ontvangen in de zittingszalen op dagen dat er uitspraak is in strafzaken, zal iedere advocaat – in afwachting van een normalisatie van de toestand – in alle strafzaken (incl. K.I.) het arrest onmiddellijk na de uitspraak automatisch en kosteloos digitaal per e-mail ontvangen. De partijen in strafzaken zonder advocaat zullen het arrest kosteloos per post krijgen.

Art. 8: Jeugdzaken:
Voor de jeugdkamer blijven volgende veiligheidsmaatregelen van toepassing:

Begeleiders van voorzieningen of pleegzorgbegeleiding moet(en) niet verschijnen; hun verslaggeving volstaat.

Pleegouders en ouders die gedagvaard werden laten zich bij voorkeur vertegenwoordigen.

Minderjarigen ouder dan 12 jaar en minderjarigen in gesloten voorzieningen worden maximaal vertegenwoordigd door hun advocaat.

Art. 9: Wat de familiekamers met minderjarigen (F3E) betreft:
De zaken waar betwisting is omtrent het verblijf van de minderjarige worden alleszins behandeld, met mogelijke aanwezigheid van elke ouder, maar:

  • op dinsdag: in de raadkamer van de plechtige zittingszaal, terwijl de plechtige zittingszaal zelf als wachtzaal wordt gebruikt;
  • op woensdagnamiddag: in “zaal I”.

De advocaten worden verzocht andersluidende verzoeken op voorhand via e-Deposit mee te delen.

Art. 10: Wat de collegiale (meervoudige) kamers F1M en B2M betreft:
De collegiale kamers F1M en B2M verkeren – ingevolge een gebrek aan zittingszalen waar gelijktijdig op veilige wijze collegiaal kan gezeteld worden – niet in de mogelijkheid om vanaf 01 juni 2020 volledig te hervatten.

De zaken van deze kamers zullen in de maand juni 2020 - bij wijze van noodmaatregel - enkelvoudig behandeld worden of (wat één omvangrijke zaak betreft) in de plechtige zittingszaal behandeld worden.

Aldus gedaan in het hof van beroep te Antwerpen, in ons kabinet, op vijftien mei tweeduizend twintig.

R. Hobin

 

Bijlage 1:       overzicht zittingszalen met de bezettingscapaciteit;
Bijlage 2:       zittingszaal per kamer.

 

BIJLAGE 1:  bezettingscapaciteit zittingszalen.

BIJLAGE 2 : zittingszaal per kamer