Hof van assisen West-Vlaanderen veroordeelt vrouw wegens kindermoord
Het hof van assisen West-Vlaanderen heeft een vrouw schuldig bevonden aan kindermoord. De vrouw had haar dochtertje vlak na de bevalling gedood en in een vuilniszak gedeponeerd. Er waren echter geen voldoende verklaringen, vaststellingen of objectieve gegevens om te besluiten dat de beschuldigde de feiten met voorbedachten rade pleegde. Ze werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar en een levenslange ontzetting uit de burgerrechten.
Feiten
Op 1 januari 2023 omstreeks 7 uur ’s morgens beviel de beschuldigde op de zolder van een woning in Brugge - in het duister en in de koude - zonder bijstand van een baby van het vrouwelijke geslacht.
De beschuldigde – op dat moment verpleeg- en zorgkundige in opleiding – verklaarde dat er geen adem, pols of hartje bij haar dochter te voelen was. Ze deed ook geen moeite om het kindje te reanimeren of hulp in te roepen. De baby werd in een vuilniszak in een vuilnisemmer gedeponeerd.
Volgens het verslag en de uitleg van de wetsgeneesheren werd het kindje levensvatbaar geboren, en heeft het meisje gedurende minsten 6 tot 12 minuten geleefd. Zo werd er lucht in de longen en dunne darm gevonden, en was er al stoelgang bij het kind vrijgekomen. Zij konden geen enkele natuurlijke oorzaak aanduiden waaraan het kindje was kunnen overlijden.
Verschijning door het hof van assisen
De feiten werden gecatalogeerd als kindermoord, waardoor de beschuldigde voor het hof van assisen in Brugge moest verschijnen. Het proces startte op 27 mei 2026 en liep tot en met 5 juni 2026.
Hof van assisen verklaart beschuldigde schuldig aan kindermoord
De volksjury heeft de beschuldigde schuldig verklaard aan kindermoord. Zij is hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Zij wordt ook levenslang ontzet uit haar burgerrechten.
Motivering schuld
De volksjury hield bij het bepalen van de schuldvraag rekening met volgende elementen:
- Alles wees erop dat de beschuldigde geen enkele intentie had om het kind na de geboorte in leven te houden en te behouden. Zo hield zij voor iedereen haar zwangerschap en bevalling angstvallig verborgen, of ontkende zij dat ze zwanger was. Er was ook niets voorzien om het kind na de geboorte op te vangen, zoals de aanschaf van babykleedjes of verzorgingsproducten. Er was zelfs geen naam gekozen voor het kind.
- De beschuldigde nam voor de bevalling geen enkele maatregel om haar zwangerschap veilig te laten verlopen. Ze raadpleegde geen enkele arts of gynaecoloog en liet alle normale prenatale onderzoeken aan zich voorbijgaan.
- Het staat vast dat beschuldigde op geen ogenblik de mogelijke en beschikbare hulp en bijstand van haar omgeving heeft benut. Ze loog haar vriendin – die wist van de positieve zwangerschapstest - voor dat ze naar een arts was geweest
- De beschuldigde nam deel aan activiteiten die duidelijk niet geschikt of zelfs gevaarlijk waren voor een zwangere vrouw (uitgaansleven tot vlak voor de bevalling, werken als stagiair – verpleegkundige.
-
De angst om het lot van haar kind was enkel het gevolg van haar beslissing om niemand in vertrouwen te nemen en niet de hulp te zoeken die men van een normale volwassen vrouw, in dezelfde omstandigheden geplaatst, mag verwachten. De beschuldigde heeft de keuze van de oplossing steeds voor zich uit geschoven, waardoor het probleem voor haar alsmaar groter werd.
-
Ook de dagen na de bevalling liet de beschuldigde het kinderlijkje achter op de zolder. Ze nam geen enkel initiatief en gaf haar omgeving geen enkele aanwijzing over het drama dat zich voltrokken had. Ze liet alles normaal lijken, zelfs tegenover alle aanwezigen op het familiefeestje waaraan ze de avond na haar bevalling deelnam.
-
Er zijn geen voldoende verklaringen, vaststellingen of objectieve gegevens voorhanden die toelaten te besluiten dat de beschuldigde de feiten heeft gepleegd met voorbedachten rade.
Motivering strafmaat
Bij het bepalen van de strafmaat baseerden het hof en de volksjury zich op volgende elementen:
- De ernst en de bijzondere zwaarwichtigheid van het bewezen verklaarde feit en de asociale persoonlijkheid van de beschuldigde. Zij bracht geen respect op voor het leven en de fysieke integriteit van haar eigen, pasgeboren, hulpeloos en zorgbehoevend kind. Dat bleek onder andere uit haar besluit om te bevallen op een donkere, onverwarmde zolder in de meest primitieve omstandigheden en zonder enige bijstand. Daarnaast was er het feit dat ze haar dochter zelfs niet meer verschoonde, maar het lijkje in een plastiek zak stak, onder een cola blikje en een hoop kleren, en het daar meer dan twee dagen liet staan, voor het louter toevallig werd ontdekt door een medebewoonster.
- De beschuldigde heeft haar dochtertje geen toekomst gegund, door haar onmiddellijk na de bevalling en aan het begin van haar jonge leven te doden.
- De schijnbare onverschilligheid van de beschuldigde. Die uitte zich in haar uitstelgedrag (door oplossingen voor het probleem van de ongewenste zwangerschap steeds voor zich uit te schuiven) en in de manier waarop zij het beleefde drama kon verborgen houden voor haar onmiddellijke omgeving.
Het hof hield ook rekening met enkele verzachtende omstandigheden:
- De persoonlijkheid van de beschuldigde, en haar psychologische toestand ten gevolge van de zwangerschapsontkenning en zwangerschapsverberging.
- Haar geremdheid in openheid omwille van culturele redenen.
- De specifieke omstandigheden waarin de feiten gepleegd werden, waardoor het kind ongewenst was (met name haar jeugdige leeftijd, het gebrek aan voldoende inkomsten om in haar eigen onderhoud en dat van haar kind te voorzien, de breuk met de verwekker die tot voor de zitting van het hof zijn vaderschap bleef ontkennen, het gebrek aan steun van haar natuurlijke ouders en haar verblijfssituatie in de woning van haar pleegfamilie).
- Haar goed gedrag in de gevangenis.