Het Grondwettelijk hof heeft de artikelen 2 en 3 van de wet van 14 oktober 2018 nietig verklaard «in zoverre zij van toepassing zijn op de rechtzoekenden van wie de zaak op de rol is ingeschreven tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de plafonds om juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand te genieten, zoals vastgesteld krachtens de artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020 (...), maar hoger dan de plafonds die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van die bepalingen (1 september 2020) » .

Om te weten of je voldoet aan de voorwaarden om ingevolge dat arrest je rolrechten terugbetaald te krijgen, nodigen we je uit om de website van de FOD Financiën te raadplegen die een zeer volledige FAQ aan deze kwestie heeft gewijd: https://eservices.minfin.fgov.be/myminfin-web/pages/fisconet/document/d1fc884c-8e65-41fa-aafd-7738fa026e5f